Nel (69) en Arie Batenburg (80) uit Sliedrecht kregen in april van dit jaar allebei een Koninklijke Onderscheiding, vanwege hun vrijwilligerswerk voor het Baggermuseum en de kerk. (Foto: Eline Lohman)
Nel (69) en Arie Batenburg (80) uit Sliedrecht kregen in april van dit jaar allebei een Koninklijke Onderscheiding, vanwege hun vrijwilligerswerk voor het Baggermuseum en de kerk. (Foto: Eline Lohman) (Foto: )

'Soms was Arie een jaar weg'

Nel (69) en Arie Batenburg (80) uit Sliedrecht kregen in april van dit jaar allebei een Koninklijke Onderscheiding, vanwege hun vrijwilligerswerk voor het Baggermuseum en de kerk. Zelfs nu het met haar gezondheid niet al te best gesteld is, blijft Nel gewoon de kerkbode bezorgen. Ook Arie is geregeld in touw. Niet alleen voor het bezorgen van de kerkbode, maar ook voor het Baggermuseum. De oud-baggeraar zit vol verhalen over zijn werkende leven. Die verhalen vertelt hij ook tijdens rondleidingen in het Baggermuseum.

Door Eline Lohman

SLIEDRECHT – "We liepen er met ogen open in," vertelt Nel over die bewuste dag in april waarop haar man en zij een lintje kregen. Nel zit in de tuin van hun huis aan de Baanhoek, aan het water. "We hadden het helemaal niet door. De smoes was dat er voor de laatste keer gevoetbald werd in de zaal. Onze zoon haalde ons op en toen gingen we ineens naar de Lockhorst. Weten wij veel… Komen we binnen, staat daar de burgemeester. Die vroeg ons mee te gaan om koffie te drinken. Ik zeg: 'nee, want we komen voor de voetbal'. Toch namen we koffie. We gingen naar de grote zaal en ik zeg tegen mijn man: 'je krijgt vast een lintje'. Nou, dat was dus zo en ik kreeg ook een onderscheiding! Er waren 35 familieleden bij, die wisten er allemaal van." Nel kreeg haar lintje omdat zij al 25 jaar de kerkbode rondbrengt. "Waarom ik dat doe? Ik doe het graag." 

Haar man Arie heeft ondertussen hun kleinzoon uit school gehaald. Hij vertelt graag over de tijd waarin hij nog werkte. "Ik heb meer dan 15 jaar op een oude baggermolen restauraties gedaan. Ik geef nu rondleidingen in het Baggermuseum. Het museum wilde echte verhalen en aangezien ik jaren in Afrika heb gewerkt, in Hongkong heb gezeten en meegegraven heb bij de Oosterschelde als baggeraar, heb ik genoeg te vertellen. Ook heb ik aan de Brouwersdam meegewerkt. Over de plekken waar ik gewerkt heb, vertel ik tijdens de rondleidingen."
Arie diept het ene verhaal na het andere op. Over de Zevenhuizerplas, waar hij meehielp om drie jaar lang zand op te spuiten, op een diepte van 50 meter. Over Hongkong, waar hij meebouwde aan het vliegveld. Over Madagascar, waar hij een zware cycloon meemaakte waarbij alle jongens die aan boord van het schip waren, door Arie van boord werden gestuurd om veilig naar wal te gaan. "Ik bleef met de machinist aan boord. Het schip kantelde, sloeg bijna om. Er werden aan wal palmbomen van 17 meter hoog uit de grond gerukt, zo heftig was die cycloon. Huisjes vlogen door de lucht – het was echt een ramp."

In totaal is de Sliedrechter 40 jaar baggeraar geweest. Op zijn 17e begon hij als ketelbinkie in Urk. Tot zijn 57ste zwalkte hij over de hele wereld. Hij vindt het heerlijk om nu te aarden en rondleidingen te geven. "Voor kinderen doe ik die op een kinderlijke manier en voor bijvoorbeeld vrouwenclubs op een vrouwelijke wijze. Wat dat is? Dan vertel ik over wat vrouwen thuis deden als een baggeraar van huis was, hoe dat ging met bevallingen en afwezigheid van de man en over het gezinsleven." Nel sluit aan. "We hebben drie meiden en twee jongens. Soms was Arie wel eens een jaar weg."

Arie Batenburg denkt met trots terug aan het bezoek van – toen nog – prins Willem Alexander aan het Baggermuseum in 2004. "Ik heb hem rondgeleid. Hij vond de verhalen zo leuk, dat hij veel langer bleef dan gepland."

Meer berichten